Kroongetuige Nabil B. uit Nederland probeert een nieuw leven op te bouwen, maar de dreiging om hem heen blijft bestaan. Met het slotpleidooi van zijn advocaat Peter Schouten nadert zijn eigen zaak binnen het Marengo-proces een volgende afronding. De advocaat waarschuwt dat zijn cliënt "tot aan zijn graf een opgejaagd mens" zal blijven.

Het AD meldde dit in een artikel op 1 oktober. Bijna tien jaar nadat B. besloot met de politie te gaan praten over de organisatie van Ridouan Taghi, blijven de gevolgen van die keuze zijn leven dicteren. Zijn verklaringen maakten hem tot een centrale figuur in het omvangrijke liquidatieproces.

Volgens Bladna.nl: "Vrij maar nog steeds in gevaar: kroongetuige Nabil B. verlaat de gevangenis." Het gerechtshof Amsterdam schorste zijn voorlopige hechtenis op 9 september 2025, nadat hij ruim acht jaar had vastgezeten. Die beslissing was nauw verbonden met de afspraken die hij met justitie maakte. In ruil voor waarheidsgetrouwe verklaringen zou het Openbaar Ministerie een lagere strafeis vragen in zijn eigen strafzaak.

De rechtbank had B. eerder veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Bij het schorsen van zijn hechtenis liet het gerechtshof zwaar meewegen dat hem bij het sluiten van de deal een daadwerkelijke gevangenisstraf van acht jaar in het vooruitzicht was gesteld. Die verwachting werd vervolgens bevestigd door de strafeis en het eerste vonnis. Tegelijkertijd maakte de officiële beslissing van het hof duidelijk dat de strafzaak niet gesloten was. De voorlopige hechtenis werd geschorst, niet definitief opgeheven. Bovendien waarschuwde het hof dat deze beslissing geen garantie bood dat een latere uitspraak niet opnieuw tot detentie zou leiden.

Drie moorden bepalen de achtergrond van zijn nieuwe leven. Tijdens zijn detentie werden drie mensen uit zijn naaste kring vermoord: zijn broer Reduan, zijn advocaat Derk Wiersum en zijn vertrouwenspersoon Peter R. de Vries. Het gerechtshof noemde deze verliezen expliciet bij de afweging rond zijn vrijlating. Hierdoor is de bescherming van B. en zijn naasten al jarenlang een cruciaal onderdeel van de nasleep van het Marengo-proces.

Wat betreft de veiligheid van zijn familie oordeelde de rechtbank in Den Haag deze zomer dat de Staat tekortgeschoten was in het bieden van adequate bescherming rondom de bekendmaking van de kroongetuigedeal in maart 2018. Dit schond het recht op leven, zoals vastgelegd in artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank maakte onderscheid tussen het sluiten van de overeenkomst en het uitvoeren van de beveiliging. Het Openbaar Ministerie mocht de overeenkomst sluiten, maar spande zich onvoldoende in om de familieleden te beschermen toen de deal openbaar werd gemaakt. Tegen deze achtergrond weegt Schoutens waarschuwing extra zwaar: het opbouwen van een nieuw leven betekent niet het einde van de veiligheidszorgen voor zijn cliënt.